





























Onderweg moest hij heel erg mopperen. Hij belde naar zijn baasje en zij leek heel tevreden dat grote Pim mij te pakken had. “Plak maar een stevig duck-tape-je over zijn mondje” zei ze, want “die Wipneus probeerde al eens eerder aan mijn paddestoelen-poten te zagen”.
Maar goed dat Bromsnor dit niet weet, want die zou er vast met Saartje over gepraat hebben. Gelukkig hebben ze mijn oortjes niet dichtgeplakt. En soms staan ze te praten en dan hoor ik alles.
Kleine Pim kon het eerste zonder zijwieltjes. Dat was wel nodig, want hij moest heel dikwijls met zijn kleinkindjes naar het pannenkoeken-bos. In dat bos wonen ook allemaal vriendjes die altijd praten over samenwerken. Die willen met iedereen samenwerken en doen dan meestal wat ‘kleine Pim’ verstandig vindt. 



















Heeft de vader van kabouter Wipneus (kabouter Goedhart) al aangifte bij de politie gedaan?